Onze missie

Onze missie luidt kort samengevat:

De school wil vanuit de eigen identiteit zijn plaats naast gezin en kerk innemen door de aan hun zorgen toevertrouwde kinderen mede op te voeden in de vreze des Heeren en kwalitatief goed onderwijs te bieden in een pedagogisch veilig klimaat.

 Het doel voor de opvoeding is:

De vorming van de mens tot een zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid al de gaven, die hij van God ontving, te besteden tot Gods eer en tot heil van het schepsel in alle levensverbanden waarin God hem plaatst. Dit hoge doel streven we na in het besef van de gebrokenheid door de zonde.

 Dit betekent in de praktijk dat

Wij willen dat onze leerlingen heel veel leren en met plezier naar school gaan, waarbij een goede onderlinge verhouding tussen medeleerlingen en leraren een voorwaarde is. Daarbij spelen de ouders een belangrijke stimulerende rol.

 Wij werken aan een fijn opvoedkundig en uitdagend leerklimaat in de school, waarin de leraren weten om te gaan met de verschillen van leerlingen.

Visie op onderwijs en opvoeding

Visie op schoolklimaat

Het klimaat op onze school staat in het teken van de liefde. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Dit betekent dat alle betrokkenen op de school een dienende attitude hebben. Ieder mens mag er zijn, zoals hij/zij is. Dit geldt voor personeel, voor kinderen en ook voor ouders.
Dit wordt zichtbaar in een respectvolle omgang met onze medemensen.

Op de Rehobôthschool geven we vorm aan gezagsverhoudingen. In de Bijbel lezen we dat we degenen die over ons gesteld zijn, moeten eren. De Heere belooft daar zelfs Zijn zegen over. Dit houdt onder meer in, dat er sprake is van een gezagsverhouding tussen de leerkracht en de leerling.

Het kind neemt bij ons een centrale plaats in. Wij zijn er voor het kind. Alles wat we doen, moet ten dienste staan van onze zorg voor de kinderen.

Het personeel van de Rehobôthschool streeft naar een hoge mate van professionaliteit. Alleen zo kunnen we de kinderen de zorg bieden, die ze nodig hebben. We zijn altijd op zoek naar beter.
Het personeel kan ook altijd terugvallen op zijn professie. Dit is zichtbaar in een professionele houding en uitstraling.

Het personeel van de Rehobôthschool staat als team om de kinderen heen. Dit betekent dat we medeverantwoordelijk zijn voor elkaars groep. We kennen elkaars sterke en zwakke punten en vullen elkaar aan. We staan er voor open om door een ander aangevuld te worden. Binnen het team heerst een veilig klimaat, waarin het mogelijk is om je kwetsbaar op te stellen en je zwakke punten te laten zien.

Wij vinden het belangrijk dat elk individueel kind zich veilig voelt op school.
Om een veilig klimaat te realiseren zijn  duidelijke kaders en regels noodzakelijk. Ook vinden wij rust, reinheid en regelmaat erg belangrijk. Dit is mede zichtbaar op ons plein, in de gangen en in de lokalen.

We vinden het belangrijk dat er een sterk wij-gevoel heerst in de school. Dit geldt voor het personeel onderling, maar ook voor de school in zijn totaal. We gaan er samen voor. We hebben een duidelijke collectieve ambitie.
Dit wordt onder andere zichtbaar in het doen van samenbindende activiteiten.

Visie op ontwikkeling en leren

Wij zien onze school als een leer- en leefgemeenschap met een doorgaande lijn voor 4 t/m 12 jarige kinderen.
Wij zijn er in de eerste plaats om kinderen kennis en vaardigheden te leren. Ook hebben we aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind en voor sociale vaardigheden.

We houden rekening met verschillen tussen kinderen en sluiten daarom aan op de individuele onderwijs- en opvoedingsbehoeften.
Om dit goed te organiseren werken we binnen de leerstofjaarklassen met een clustering in 3 niveaus.

We hanteren het directe instructie model (Zwols model). Dit vullen we aan met activerende werkvormen.

We bevorderen geleidelijk aan de zelfstandigheid en vergroten de verantwoordelijkheid van de kinderen. Dit doen we door kinderen mede verantwoordelijk te maken voor hun eigen leerproces en door gerichte feedback.

In de onderbouw werken we thematisch en creëren een betekenisvolle, uitdagende leeromgeving, waarin geleerd en gespeeld wordt.

Visie op maatschappelijke positionering

Vanuit onze christelijke achtergrond hebben we twee kernuitspraken geformuleerd die ons leiden in onze benadering van kinderen:

  1. Elk kind is een uniek schepsel van God en heeft een unieke samenstelling aan gaven en eigenschappen meegekregen. De kinderen leren inzicht te krijgen in hun gaven en eigenschappen.
  2. Elk kind heeft de Heere en de naaste nodig om die gaven en eigenschappen zodanig te ontplooien dat ze gaan leven tot eer van de Schepper en tot dienst aan zijn naaste en aan zichzelf. Ze leren praktisch invulling geven aan hun christelijke identiteit.

Visie op de opbrengsten van het onderwijs

Het opbrengst- en handelingsgericht werken gebruiken we om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van elk kind. Het is een middel, geen doel.

Beleid moderne media

We hebben op school beleid geformuleerd m.b.t. het gebruik van moderne media. Dit beleid vindt u hier:

Een samenvatting vindt u hieronder.

Onze school wil bewust omgaan met media. We zien positie­ve aspecten van moderne media, maar ook gevaren. Daarom vraagt dit om kaders, die gestoeld zijn op de Tien Geboden van de Heere. Als christelijke opvoeders hebben we hierin een voor­beeldfunctie naar onze kinderen.

Tegelijk willen wij niet in detail vastleggen wat wel en niet mag. We gaan ervan uit dat elke leerkracht op een professionele wijze met de ruimte binnen de kaders omgaat. Globaal zijn deze ka­ders en uitgangspunten geldend:

• We willen de leescultuur positief bevorderen, videogebruik is alleen ondersteunend.

• We gebruiken een streng filter om ongewenste informatie buiten te houden.

• Leerlingen maken geen enkel gebruik van sociale media bin­nen de school.

• Leerkrachten gaan bewust met hun mediagebruik om en be­seffen het belang van hun voorbeeldgedrag.

• Video’s die getoond worden, worden altijd van tevoren ge­toetst aan de kaders en hebben altijd een aantoonbare di­dactische meerwaarde.

• Speelfilms worden vanwege principiële bezwaren niet ge­toond.

• Het bekijken van nieuwsberichten en nieuwsvideo’s gebeurt binnen een context van duiding en gesprek.

• Leerlingen mogen alleen onder begeleiding van een leer­kracht op internet.

• Het gebruik van mobieltjes is niet toegestaan op school.

De organisatie van het onderwijs 

Onze Rehobôthschool hanteert het leerstofjaarklassensysteem met aandacht voor de behoeften van elk kind. We kiezen voor heterogene groepen: alle leerlingen krijgen onderwijs vanuit dezelfde methoden, maar wel gekoppeld aan gedifferentieerde instructie en gedifferentieerde verwerking voor de basale vakken taal, lezen en rekenen/wiskunde onder leiding van de groepsleerkracht. Wij kiezen voor een beleid van preventief ingrijpen, in plaats van afwachten en remediëren (verbeteren). Dat wil zeggen dat in elk leerjaar een afgesproken basisleerstofpakket geleerd moet worden door de leerlingen; dat noemen we de basisinstructiegroep. De aandacht voor het individuele kind wordt tevens geconcretiseerd door onze organisatie nl. door het werken in hoeken, het zelfstandig werken, samenwerkend leren, groepswerk en de speciale leerlingenbegeleiding. Op deze manier kunnen individuele leerlingen of kleine groepjes leerlingen extra aandacht krijgen; dat noemen we de extra-instructiegroep. De meer begaafde kinderen zitten in een plusgroep en krijgen extra werk. De leerkracht houdt dus bij het lesgeven in taal, lezen en reken/wiskunde rekening met drie niveaus: de plusgroep, de basisinstructiegroep en de extra-instructiegroep. Soms kiezen we voor een aparte leerroute voor een leerling. Dan wordt de klassikale leerstof losgelaten en krijgt de leerling een op maat gesneden pakket leerstof, voor taal, lezen, rekenen/wiskunde. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.

Door middel van deze werkwijze op schoolniveau bieden we de kinderen een ononderbroken ontwikkelingslijn aan van groep 1 t/m groep 8 op drie niveaus.

Meer- en hoogbegaafdheid

Kinderen, die erg goed kunnen leren (meer- en hoogbegaafd), vragen extra aandacht.

Kinderen moeten leren zich ergens voor in te spannen, om te gaan met tegenslag en het resultaat kunnen ‘vieren’. Kinderen die meer- of hoogbegaafd zijn maken dit proces vaak niet in de reguliere lessen door. Zij moeten dus op een andere manier uitgedaagd worden, zodat zij ook op problemen kunnen stuiten die door hen opgelost moeten worden. Wij willen onderpresteerders zo vroeg mogelijk op het spoor komen en alle meer- en hoogbegaafde kinderen uitdagen hun talenten zo optimaal mogelijk in te zetten en te ontwikkelen. Onderstaande lijst met kenmerken kan ons als school helpen om meer- en hoogbegaafde leerlingen vroegtijdig op te merken:

  • Snel van begrip
  • Grote interesse
  • Adequaat woordgebruik
  • Hanteren en bedenken van oplossingsstrategieën
  • Grote parate kennis
  • Hoge score in het leerlingvolgsysteem
  • Geestelijk vroegrijp
  • Het zich gemakkelijk leerstof uit hogere jaren eigen kunnen maken
  • Grote ongewone woordenschat
  • Creatieve en originele ideeën en plannen produceren
  • Snel kunnen vaststellen wat de aard van het probleem is
  • Zich graag en spontaan willen wijden aan moeilijke en zware taken, alsmede ingewikkelde denkproblemen
  • Een zeer goed geheugen 
  • Graag kennis willen verwerven vanuit een innerlijke behoefte, intrinsieke motivatie
  • Bereid zijn bepaalde risico’s te lopen
  • Volharding bezitten en streven naar perfectie
  • Voorkeur voor zelfstandig studeren
  • Sterk betrokken op bepaalde terreinen

Waar nodig zetten we het DHH (Digitaal Handelingsprotocol Hoogebegaafdheid) in.

Meer- en hoogbegaafde leerlingen zijn in hun jaargroep bij de hoofdvakken ingedeeld in de plusgroep. Daarnaast krijgen zij extra begeleiding door een van de zorgleerkrachten. Deze biedt wekelijks een opdrachtkaart aan met diverse uitdagingende en verrijkende opdrachten. Rekenen, taal en wereldoriëntatie zijn terugkerende onderdelen. Het materiaal is speciaal gericht op meer- en hoogbegaafde leerlingen. De kinderen maken dit werk als ze klaar zijn met hun gewone werk. De zorgleerkracht bespreekt dit met hen. Waar nodig is er ruimte voor instructie en correctie. Ook houden we de inzet van de leerlingen in de gaten.

Naast het extra werk dat de leerlingen wordt geboden, willen we deze leerlingen ook begeleiden bij de specifieke problemen van het meer- of hoogbegaafd zijn. Daarom hebben we een speergroep, die wekelijks 1 dagdeel bij elkaar komt. In deze speergroep is plaats voor maximaal 15 leerlingen uit groep 5 t/m 8. Elk jaar worden er 3 thema’s behandeld (op het gebied van wereldoriëntatie, techniek en taal en cultuur). Er wordt aandacht besteed aan diverse vaardigheden die meer- en hoogbegaafde leerlingen niet automatisch ontwikkelen. Hiervoor wordt o.a. gebruik gemaakt van het boek ‘Ben ik een cheetah?’. Faalangst, doorzettingsvermogen, leren leren, plannen en samenwerken krijgen veel aandacht. De kinderen leren ook van het omgaan met gelijken: kinderen die op hetzelfde denkniveau zitten. We hebben als school voorwaarden opgesteld om in de speergroep te komen. Niet alle leerlingen die extra werk krijgen, zijn geschikt om deel te nemen aan de speergroep. Eén van de voorwaarden is een continue A-score voor de CITO-toetsen. Daar wijken we van af, als er het vermoeden is van onderpresteren of als er sprake is van een hoogbegaafdheid in combinatie met een diagnose op het gebied van gedrag. Het plaatsen in de speergroep gebeurt altijd in overleg met de leerkrachten en de ouders.